Tjitske maakt beelden en objecten van keramiek. De beelden worden gekenmerkt door een boeiend lijnenspel van de meestal ronde vormen en de ruimte tussen de vormen. Zij zijn met de hand opgebouwd van een extreem dunne scherf, waarbij de grens van het mogelijk wordt opgezocht. Dit geeft de beelden letterlijk en figuur een lichtheid en kwetsbaarheid. Door glazuur en kleur wordt de uitstraling van het beeld versterkt.
Tjitske haalt haar inspiratie uit de natuur: ‘Als kind plukte ik de bloemen in de berm van de sloot. Ik nam ze mee naar huis en wilde ze bewaren. Al verwonderend nam ik de natuur waar en dat doe ik nog steeds: De gelaagdheid van de bruine bladeren van een hertshoorn, de vertakkingen van boomwortels of de structuur van boomschors, de ruimte tussen de takken, de lijn van een zwangere buik, een door zand en water afgeslepen schelp…’
Zij abstraheert wat zij ziet en legt dit vast in klei: gestolde ervaringen van het zien.


In haar werk zijn een aantal richtingen te ontdekken. Zij maakt objecten die organische gegroeid lijken te zijn en je zou ze kunnen vinden in een natuurlijk landschap. Vaak drukken zij nieuwsgierigheid naar iets of iemand uit. Wat speelt zich af in de objecten en wat speelt zich af tussen de objecten?
Daarop voortbordurend is Tjitske in de afgelopen periode bezig geweest met thema ‘binnen -buiten’ ‘verborgen ruimte’ hoe dit zich voordoet in menselijke verhoudingen.
Een deel van haar beelden bestaan uit paren waarvan het ene deel zich tot het andere deel verhoudt. Zij zijn als het ware in gesprek met elkaar of omarmen elkaar.
In andere beelden speelt de gelaagdheid van de textuur en de structuur een grote rol.
Daarnaast maakte Tjitske in de afgelopen periode een serie objecten van porseleinaarde. Zij noemde ze porsstekels. Deze vaasachtige objecten die aan zee-egels doen denken hebben een fragiele uitstraling.